Parlement Curaçao wil onafhankelijk onderzoek naar financieel beheer kantoor gevolmachtigde minister

WILLEMSTAD – Het parlement van Curaçao heeft op 15 december 2025 unaniem ingestemd met een motie om een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar het financiële en personele beheer van het Curaçaohuis en het kantoor van de gevolmachtigde minister over de periode 2022 tot en met 2025. De Algemene Rekenkamer is verzocht dit onderzoek zo spoedig mogelijk te starten.
In de motie stelt het parlement dat de gevolmachtigde minister van Curaçao in Nederland op grond van wet- en regelgeving een directe verantwoordelijkheid draagt voor het Huis van Curaçao, dat fungeert als vertegenwoordiging en aanspreekpunt voor Curaçao in Nederland. Juist daarom acht het parlement de integriteit van het financieel en personeelsbeheer van groot belang.
Volgens de motie bestaan er al langere tijd aanhoudende en hardnekkige zorgen over het functioneren van het Huis van Curaçao. In de afgelopen jaren hebben meerdere medewerkers de organisatie verlaten en daarbij publiekelijk hun zorgen geuit over het personeels- en financieel beheer. In september 2025 leidde een arbeidsconflict zelfs tot de schorsing van twee medewerkers en ingrijpen door de overheid, na bemiddeling van vakbond ABVO.
Daarnaast werd in juli 2025 publiek bekend dat het parlement financiële documenten over 2023 niet had ontvangen, ondanks herhaalde verzoeken. Nadat deze stukken alsnog werden overgelegd, analyseerde de financiële afdeling van het parlement de documenten en stelde zij verschillende onregelmatigheden vast. Zo werd voor het jaar 2022 een discrepantie geconstateerd van 14.779 Antilliaanse gulden, wat neerkomt op 39,3 procent van het totaal aan gedeclareerde bedragen. Ook werden facturen aangetroffen die op naam stonden van leden van het parlement die in die periode niet naar Nederland waren gereisd.
Verder wijst de motie op verschillen tussen opgevoerde taxikosten en de bijbehorende facturen, en op een betaalsysteem bij het Huis van Curaçao dat zodanig is ingericht dat het parlement onvoldoende controle kan uitoefenen op gedane betalingen. Daardoor kan volgens de Staten niet worden uitgesloten dat er in de onderzochte periode onrechtmatige betalingen hebben plaatsgevonden.
Op basis van deze bevindingen concludeert het parlement dat alleen een onafhankelijk onderzoek duidelijkheid kan verschaffen over de integriteit, legaliteit en efficiëntie van het financiële beheer bij het Huis van Curaçao en het kantoor van de gevolmachtigde minister. Met de unaniem aangenomen motie verzoekt het parlement de Algemene Rekenkamer om dit onderzoek met prioriteit uit te voeren en de resultaten aan de Staten te rapporteren.



































